De Onmogelijke Terugkeer

door robino

Wat doe ik als ik lift en ik kom terecht op een onmogelijk plek, bijvoorbeeld in het midden van nergens. Of erger: in het midden van een snelweg, waar auto’s sneller voortrazen dan ik ze tellen kan.

Nu is dat in sommige landen geen probleem – in de Balkan stoppen ze gewoon, ook al gaan ze met 160 kilometer per uur – maar in Nederland lijkt het een onmogelijke opdracht. Een auto die stopt riskeert een grote boete (net als de lifter overigens) en welke idioot gaat er nou op de snelweg staan met zijn duim omhoog?

En precies in die situatie bevind ik mij, ergens ter hoogte van Breda. Het is winter en reeds donker. Ik kan geen kant uit, het is vlak voor een splitsing. Mijn vorige chauffeur moest rechtdoor en ik rechts. Hij, een kerel van in de 80, vond het een beste plek. En dit was voor hem vroeger de manier om te liften dus waarom voor mij ook niet, stelde hij.

Ik houd mijn adem in en slaak een zucht van verlichting als de brokkenmaker veilig terug op de weg is, terwijl auto’s toeteren naar hem. Maar wat nu? Ik denk weinig na en in plaats van mijn duim houd ik mijn volle hand op in de lucht, tot vijf minuten later een auto in mijn richting vlak achter mij stopt. Yes!

Ik stap snel in, gooi mijn tas op de achterbank en steek meteen van wal: “Wau! helemaal geweldig dat je stopt. Zelfs na tien jaar liftervaring gebeurt het nog wel eens dat je midden op de snelweg beland. Dit zijn de situaties die je wil voorkomen. Echt bedankt om me op te pikken.”

De man, een kalende veertiger lacht vriendelijk doch verbaasd naar me. “Slim van je om in plaats van je duim je hand de lucht in te steken”, zegt hij. “Ik dacht je iemand in nood was, ik zag je niet voor een lifter aan. Sterker, ik heb al in geen jaren een lifter gezien. Maar goed, ik ga niet zo ver en kan je wel bij de volgende tankstation afzetten. Dat is goed?”

Ik bedank hem nogmaals en terwijl we zonder problemen de snelweg oprijden praat ik door in mijn blijdschap dat ik zo snel vanuit mijn penibele situatie geholpen ben. “Op dit soort momenten komt het aan op de eeste harde regel van het liften: Niet in paniek raken. Nooit, in geen enkele situatie, net als dat je altijd moet doen wat instinctief bij je opkomt, wat jij voelt dat het juiste is, zoals mijn hand opsteken.”

Blijkbaar raak ik een snaar. Hij kijkt me geïnteresseerd aan, alsof hij iets in mijn woorden herkent, en vraagt wat ik nog meer dankzij het liften geleerd heb.

Ik denk weinig na en zeg enthousiast: “Positief blijven en geduld bewaren. Je rit komt vanzelf.” En roep plots uit terwijl ik voorover buig en hem wat beter aankijk: “En geen angst hebben! Als je wel angst voelt, dan de confrontatie ermee aangaan. Gewoon doen, niet terughoudend zijn.”

Het pompstation komt snel naderbij, bordjes verschijnen reeds als hij zelf van wal steekt. “Erg interessant wat je daar allemaal zegt. Ik ben levenscoach en ben verheugd wat ik van je hoor, want dit is precies de boodschap die ik zelf ook gebruik. Ik zal je verhaal met me meenemen.” Bij het afscheid wisselen we contactgegevens uit.

Hij rijdt weg, we zwaaien en hij toetert. Ik ben weer alleen. Ik loop wat rond en luister naar wat muziek en zing mee. Ik steek af en toe mijn duim op naast de pomp waar ik rustig heen en weer loop. Ik heb geen haast en doe het rustig aan, nog altijd voel ik me overweldigd dat ik zo makkelijk van de snelweg werd geplukt en uit een potentieel gevaarlijke situatie ben gekomen.

Na tien minuten komt er een auto langs en zonder dat ik mijn duim omhoog steek, stopt die. Mijn verbazing is enorm als ik zie dat het dezelfde chauffeur is, en roep zijn naam uit terwijl ik de deurportier opentrek. Zoiets had ik nou nog nooit meegemaakt. Ik stap in en hij zegt: “Ja, weet je, ik was op weg naar huis en dacht nog even na over wat je zei en ik wil je graag verder brengen, naar het volgende pompstation, als dat o.k. is voor jou.”

Ik vind het prima maar als we de weg vervolgen voelt het een beetje raar aan. Na een korte pauze zeg ik, om het gesprek weer op gang te brengen: “Zo, waar waren we gebleven dan?”

“Zeg jij het maar”, is zijn aparte antwoord. Ik twijfel even en antwoord: “Volgens mij wil jij me wat vragen.”

Hij lacht. “Dat klopt.” En na een korte stilte – ik zie hem nadenken: “En volgens mij weet jij best wat. Wat zegt je intuïtie?”

Hij komt plots een beetje nerveus over en ik laat bewust even een stilte vallen. Ik voel iets aankomen en schiet opeens in de lach; ik kan het niet laten. Het begint te dagen. Ik buig voorover, kijk hem aan en zeg lachend: “Nou als ik heel eerlijk ben, volgens mij is deze kerel teruggereden omdat hij sex met me wil!”

Hij schrikt even en blijkt verbaasd over mijn oprechtheid. “Nou ja, dat gaat misschien wel wat ver meteen, maar inderdaad om heel eerlijk te zijn, ik dacht wat na over wat jij zei over geen angst hebben en doen wat je wilt doen en dus besloot ik om terug te keren, je verder te brengen en te vragen of je misschien met wil zoenen?”

Advertenties